# 094

 
MAZZText Box: Formerly RootsTown MusicMUSIKAS

 

 


Good Music Makes Ya Live Longer And Better!

                            marc.mazzmusikas@skynet.be – website op komst

 

 

Medewerkers: Luc Daelemans / Bruno Depeyper / Rudi Dillen / Dani Heyvaert / Paul Jonker / Antoine Lgat / Luc Lenaerts / Holly Moors / Marc Nolis / Fred Schmale / Gert Talboom / Georges Tonla Briquet / Ben Vanhoegaerden / Jan van Leersum

 

 

INHOUD

 

   Small Talk: (Boris Mccutcheon & The Saltlicks / Cactus / Dranouter / Jazz Station / Opatuur / Un Soir Autour Du Monde / Wies / Zuiderpershuis)

   Caught in the Act: (Steve Wynn)

   The Bowmans: (The Bowmans)

   Laser op Scherp: (AASoundSystem / Shane Alexander / Nels Andrews / Blue Baron / The Brandos / Brussels Jazz Orchestra / Byrdjones / Bob Cheevers / Justin Townes Earle / Farmers Market / Tom Feldmann & The Get-Rites / Peter Gallway / The Garifuna Womens Project / Benjamin Herman / Kawada / La Jambre / Mars Arizona / Mpemba Effect / Naughty Jack / Old Reliable / Olla Vogala / Tom Poisson / Don Michael Sampson / Too Slim & The Taildraggers / Chucho Valdes / Various / The Rough Guide To African Street Party / Hope Waits / Bugge Wesseltoft / Whipsaws)

 

 

SMALL TALK

 

@   Naar aanleiding van de nieuwe cd Bad Road, Good People (Lucky Dice Music) trekken BORIS MCCUTCHEON & THE SALTLICKS laat in april door Nederland en, warempel, ze doen ook n keer Belgi aan: op zaterdag 26 april spelen ze in de N9 villa te Eeklo. Het voorprogramma wordt verzorgd door H.T. Roberts. Meer info over de hele tournee op www.luckydicemusic.com. (MN)

 

@   Plotsklaps gaat het wel heel hard vooruit, daar bij die CACTUS! Intussen zijn ook volgende namen voor het festival binnengevallen: Dinosaur Jr (12/07), Sophia (13/07), Bootsy Collins & The Hardest Working Band ftg. Fred Wesley (13/07), Arno (12/07), Cinematic Orchestra (12/07) en The Kills (13/07). Meer info op www.cactusmusic.be. (MN)

 

@   DRANOUTER aan zee is nog niet eens voorbij of daar krijgen we reeds de eerste waslijst met namen voor het zomerfestival binnen. Op papier wordt het alleszins een hoogvlieger. Zo noteren we de komst van o.m. Loreena McKennitt, Boudewijn De Groot, Billy Bragg (solo), Las, Thierry Robin, Jim White, Tref, Ballroom Quartet, Lieven Tavernier, The Men They Couldnt Hang en Orchestre International Du Vetex. De voorverkoop startte op 1 april. Alle info via www.folkdranouter.be. (GTB)

 

@   Voor kwaliteitsjazz tegen een vriendenprijsje kan je nog steeds drie avonden per week terecht in de JAZZ STATION (Leuvense steenweg 193, Sint-Joost-ten-Node). In april staan daar o.m. volgende groepen op de affiche: Fred Delplancq Quartet (9e), Aprs Un Rve (het nieuwe project van Greg Houben met de klassieke zangeres Julie Mossay, 12e), Robin Verheyen met Narcissus Quartet (23e) en Samys On The Bowery (met o.a. Steven Delannoye en Frederik Leroux). Info via www.jazzstation.be. (GTB)

 

@   OPATUUR (ondertussen een v.z.w.) organiseert voorlopig verder concerten in de vertrouwde locatie (Citadellaan 17, Gent). Op de affiche in de maand april staan Bart Maris & Lode Vercampt (20e), en Wang Wei duo samen met Marine Horbaczewski & Emmannuel Baily (27e). Uitzonderlijk concert op 13-04 in het Museum van Schone Kunsten (MubArt met Stefan Bracaval, Serge Dacosse, Jos Toral). Meer info via www.opatuur.be. (GTB)

 

@   En van de evenementen waar je als jong beginnende muzikant je kans kan wagen is het festival UN SOIR AUTOUR DU MONDE dat dit jaar plaatsheeft op 4 oktober. De geselecteerde kandidaten krijgen niet alleen een plaatsje op het podium maar zullen tevens terug te vinden zijn op een verzamel-cd. Het inschrijvingsreglement vind je via www.brabantwallon.be/documents/actualites/reglementetinscriptionfestivalrock.pdf. (GTB)

 

@   In afwachting van het recensie-exemplaar toch maar al wat reclame maken voor de debuut-cd, Delivery In A Fortnight. Singer-songwriter WIES, niet hij maar zij, presenteert dat debuut op 16 april in Waterfront, Rotterdam (Boompjeskade 10-15). Met als invloeden Sheryl Crow en Lucinda Williams, en een album dat in amper twee weken werd ingeblikt (dat heet spontaan), zou deze Wies wel eens potten kunnen gaan breken. Wie de cd-voorstelling niet wil missen gaat naar www.waterfront.nl. (MN)

 

@   Nog even aandacht voor het Zanzibara festival in het ZUIDERPERSHUIS te Antwerpen. Dit festival biedt een uitgebreider beeld over de Swahili-cultuur in Afrika. Dinsdag 15 april start de hele zaak met een filmavond (Les Routes Du Vent en Kusi), woensdag 16/04 is er een culinair/literaire avond met Gne Bervoets en Lucas Catherine, donderdag 17/04 is het weer filmavond met Poetry In Motion en de laatste drie dagen is het al muziek wat de klok slaat. Op vrijdag 18/04 het Kilimani Qasida Ensemble (Zanzibar), zaterdag 19/04 Amina (Kenia) en zondag 20/04 Saida Karoli (Tanzania). Naar aanleiding van het festival is er ook een cd samengesteld met artiesten uit de regio. Een zeer aanstekelijke cd die in het Zuiderpershuis zelf te koop is voor de uiterst sympathieke prijs van 5 euro. Meer info op www.zuiderpershuis.be. (MN)

 

 

CAUGHT IN THE ACT

 

Steve Wynn – 02/03/08 – Arenberg Schouwburg, Antwerpen

Steve Wynn is een rocker pur sang. Is hij altijd geweest, zal hij altijd zijn. Ook in een vrijwel akoestische setting is dat zo, zoals deze niet ontoepasselijk genoemde Paisley Dreams Tour 2008 (ook European Acoustic Tour). Maar weinigen zullen gedacht hebben dat Wynn hiermee zou gaan lopen, want wat blijft er van rocksongs over als de dBs en de rollende, donderende ritmes weg zijn? Dat is dan pech voor de criticasters want als je de teksten goed kan verstaan, blijkt plots dat Steve over boeiende dingen schrijft. Zo is dat wanneer de songs vertrekken vanuit de dagdagelijks opgebouwde levenservaring en dus worteling hebben in de eigen cultuur, de eigen persoonlijkheid, de gebeurtenissen in de wereld en de reflectie over de dingen des levens. Voeg daarbij dat de knusse Kleine Zaal van de Arenberg Schouwburg (van Apen herinnert Steve zich vooral de ter ziele gegane Pacific) een ideaal kader is: met zijn allen zaten we haast op zijn schoot. Dat die wij bijna uitsluitend bestond uit fans, kennissen, vrienden en wat men kenners noemt, kenners, enfin een gewillig publiek, is ook een niet te versmaden plus.

En toch, Wynn had het zich makkelijk kunnen maken door een set greatest hits af te haspelen, een grote sing-a-long jamboree. Maar dan ken je de man niet. In de eerste plaats wil hij zichzelf amuseren, door creatief wakker te blijven. Daarvoor moet je af en toe eens achterom kijken om een stand van zaken te maken, alles te herschikken en desgevallend een nieuw kleurtje te geven, een nieuwe invalshoek te bedenken. Hij bracht daarom een waaier van soms minder bekend, maar niet minder boeiend werk, dat zijn hele loopbaan overspande. Het deed een beetje denken aan de round-up van Visitation Rights waarop hij veertien selecte songs inzong met enkel Chris Cacavas op grand piano (2005). Daarbij keek hij gewoontegetrouw niet op een nummer min of meer. We telden er achttien, maar daar kwamen nog zeven bissen bij. Het schonk hem ook de gelegenheid er songs in te schuiven die hij met band niet kn brengen, om allerlei redenen, en daarom live nooit speelt. Ten slotte bood het hem de kans om de komende cd in duo met Chris Eckman van de Walkabouts voor te stellen.

Voor zon kleine setting heb je natuurlijk een verfijnd begeleider nodig. Die had hij in de vorm van Robert Lloyd, ouwe kompaan die je ook weervindt op Fluorescent (94). De man speelt een aardig stukje mandocello (of mandoline als u wil) en ook aan het klavier blinkt Lloyd uit. Hij speelt piano zoals hij daar op podium staat: uiterst sober, maar helder en klaar, alles op precies de juiste plaats, geen nootje te veel, geen solomoment opeisend. Enkel als Steve hem bleef plagen reageerde hij met een gortdroge opmerking (wanneer Wynn zei: Great to play that song, hey?, antwoordde hij haast binnensmonds: You wrote it) of een paar aanslagen op de keyboards waarbij hij wonderwel bekende tekenfilmfiguren, de Marx Brothers of ander Hollywood gespuis evoceerde. Halfweg de set kwam Nederlander Erik Van Loo het duo extra kleur en fond geven op de contrabas. Erik draait al lang mee met de Blue Guitars (we zagen hem zelfs nog Joe Henry begeleiden eind 92 in de Falstaff in Brussel). Erik was ook stand-in toen The Miracle 3 op Eurotoer zonder bassist zaten. Dat deed hij zo goed dat hij sindsdien zijn vaste stek heeft in de band van Steve Wynn.

Na een paar songs was het duidelijk dat het concert ruim twintig jaar zou overspannen: eerst Tears Wont Help, opener van eerste solo-cd Kerosene Man (90), dan Daddys Girl uit de Dream Syndicate (DS) tijd, in de hoogdagen van de Paisley Underground, en One By One van de eerste Gutterball plaat, om bij Southern California Line uit te komen van Here Comes The Miracles (2001), die haar naam gaf aan zijn begeleiders. Elke song kreeg een streepje uitleg, maar in het begin stak Steve er vooral vaart in, om later wat breedvoerig te worden. Out Of The Grey was een uitstekende keuze uit het DS repertoire. Lloyd ging tekeer op zijn kleine instrument waarna Steve silly vergelijkingen trok: Dat was net Marshall Tucker of  Free Bird van Lynyrd Skynyrd, enfin, n derde ervan. Een stiller Layer By Layer (uit Fluorescent) vervolgt. In de naakte versie van Something To Remember Me By (uit Kerosene Man) kwamen de bitterheid en de wraakgevoelens van de song, geschreven na het enigszins roemloze einde van DS, helemaal tot hun recht. Voor de eerste en enige keer nam Lloyd de elektrische gitaar ter hand (Wynn blijft heel de set trouw aan zijn akoestische). Dat gaf aan Crawling Misanthropic Blues (uit Here Come The Miracles) net dat tikkeltje vettige punk/bluesrock gevoel, perfecte inleiding voor n van de songs die voor altijd met DS verbonden zijn, Boston. Het valt toch op hoe in het beste werk van die band (van Wynns hand) telkens vervreemding centraal stond. Dat geldt ook voor het volgende Tell Me When Its Over, maar ook voor dat toppunt van alinatie Merritville, dat in de bissen opduikt.

Dan was het tijd voor een handvol songs uit de cd met Chris Eckman, Crossing Dragon Bridge. Dat een artiest enthousiast is over de laatste cd die hij maakte, is maar normaal, maar zijn geestdrift sloeg al snel over op het publiek, want de songs raakten meer dan n gevoelige snaar: Love Me Anyway is genspireerd op de prent The Piano Teacher. Punching Holes In The Sky heeft op cd naar verluidt acht strijkers: Lloyd op keys en Van Loo op zijn gestreken bas gaven daar slechts een impressie van, maar de deun is zo sterk en Wynns vertolking was zo pakkend, dat de song voor een first ongewoon veel applaus meekreeg. Het was zowat het hoogtepunt van dit concert.

Wait til You Get To Know Me moest een song worden geschreven met een weirde vriend van hem maar uiteindelijk gaat die song over die tot Joe gedoopte freak. Het betekende een vrolijker intermezzo, en dat bleek nodig, want het daaropvolgende Manhattan Fault Line is geen geschiedenis om vrolijk van te worden, al is de situatie potsierlijk genoeg: toen Wynn in 94 verhuisde naar New York na de grote beving in LA, vernam hij dat zijn flat pal boven de grootste breuklijn staat van de hele East Coast! Niet dat het hem veel doet: Im not afraid of earthquakes. Dat is zo als je ze zelf veroorzaakt!

Wild Mercury komt uit de recente TickTickTick (2005). Een tweede hoogtepunt werd het somber, broeierige The Deep End, waarbij Steve verklapte dat hij in het huwelijk treedt met zijn fenomenale drummer en levensgezellin Linda Pitmon. Het soort song dat ontstaat uit ruzies Dan wil ik wel elke dag ruzie maken! Dat heet dan liefde voor muziek, Steve? De set piekt met Days Of Wine And Roses (DS, dus vervreemdend!) en Amphetamine (uit Static Transmission, 2003). Die laatste, bijna woeste song komt voor in een nieuwe film waar een jongeman zegt: Its a song by Steve Wynn Were gonna do it better! Steve is echter wt blij met de aandacht die de song hem in eigen land geeft en gooide zich in de song na een welgemeend WE are going to do it better!!!

De eerste drie encores werden in trio gebracht: het vreemde Wired (uit Tick), de bijna gospel There Will Come A Day (uit Here Come) en The Medicine Show (van Live At Rajis van DS) vormen een mooie waaier en het concert mocht hier gerust eindigen. Maar de publieksreactie en het feit dat het bij Steve altijd wel kriebelt (als het kriebelt, moet je splen) maken dat hij terugkomt voor een kampvuurronde, alleen met de gitaar. Ons kon hij geen groter plezier doen dan die song te spelen die hij anders nooit kan spelen omwille van het arrangement (op Sweetness And Light is dat met een tingel-tangel piano): If My Life Was An Open Book is wat ons betreft het derde hoogtepunt van een intussen al onverwoestbare avond (maar dat is dan wel zr persoonlijk). Merritville slaat dan toe in al zijn dreiging: Theres a game they play in summertime, theres a game they play when its hot outside, and I wonder why they left me here in Merritville. Brrr

Hierna komen er verzoekjes: Thats Why I Wear Black (hij was niet zeker dat hij de tekst nog kende van die song uit Fluorescent, maar dat gaat wonderwel: dat heb je met goed geschreven lyrics) en Bruises (uit Tick) besluiten de avond die wel nog wordt verder gezet in de foyer, want terwijl Erik de platenstand openhoudt (altijd wat interessants en nieuws te vinden bij een muzikale duizendpoot als Wynn, live cds, tour cds, cds in samenwerking of horend bij n of ander project, enzovoort; de prijzen zijn zr schappelijk), staan Steve en Robert de tientallen fans te woord. Dat heeft wellicht nog een hele poos geduurd, want ook daar trekt de man tijd voor uit.

Niet alleen muzikaal is Steve Wynn dus een lichtend voorbeeld. De dagen van de massa bijeenkomsten met Dream Syndicate lijken voorbij (net als vriend Chuck Prophet ook niet meteen heimwee meer heeft naar Green On Red). Dat is een bewuste keuze: Ik zie Europa liever per trein met lap top en gitaar bij de hand, dan in een dure limousine betaald door de platenfirma, zei hij toen we hem voor het eerst aan de tand voelde ten tijde van Fluorescent, in de oude Cactus Club in Brugge (nog in 1994). Het heeft van Steve Wynn een vrij man gemaakt. (AL)

 

 

THE BOWMANS: Eeneiig, maar duidelijk anders

 

Begin vorig jaar kwam ik in contact met de muziek van de (toen) in New York City woonachtige tweeling Claire en Sarah Bowman. De muziek kreeg mij binnen de kortste keren geheel in zijn macht, greep me bij de strot, deed mij fluiten en meezingen. Grandioos, met name de nummers On The Road, Make It Last, The Kitchen Song en Diggin For Gold. Van de 12 nummers zijn er elf geschreven door Sarah, die duidelijk de meest muzikale van de twee is. Het 12e nummer, Porker Song, is lang geleden geschreven door Claire, die de administratie en de boekingen regelt. Lees mijn beoordeling er maar op na (MMS 62). In juni 2007 waren ze voor de tweede maal in Nederland voor een aantal optredens, onder meer op het intieme folkfestival Folk in de Wlden bij Leeuwarden op 16 juni. Bij die gelegenheid sprak ik de tweeling na hun geweldige optreden. Aangezien hun volgende toer in Nederland en omstreken er aan komt (april) wordt het tijd om de lezers van MazzMusikaS nader te laten kennismaken met de twee.

 

Hoe het begon, jeugd en invloeden.

Geboorte en jeugd zijn in Davenport, Iowa, in het midden van de USA, zon 250 km ten westen van Chicago. Zowel vader als moeder hielden van muziek, maar wel van verschillende richtingen. Moeder was erg genteresseerd in de politiek gengageerde folk van de jaren 60 van de vorige eeuw, dus werd er veel geluisterd naar o.m. Simon & Garfunkel, Woody en Arlo Guthrie, Pete Seeger en Phil Ochs. Vader hield van muziek uit de middeleeuwen en de renaissance, hij zong zelf Gregoriaanse gezangen. Beide smaken hebben veel invloed gehad op de muzikale ontwikkeling van Sarah. Sinds hun vierde levensjaar zingen de zusjes al samen en dat is op de bhne goed te horen, de samenzang is geweldig dank zij die jarenlange training.

 

New York en de antifolk beweging.

Tijdens het concert vertelde Sarah dat The Bowmans deel uitmaakten van de antifolk movement in East Village in New York. Deze beweging in de folkmuziek was mij geheel ontgaan, dus vraag ik de dames ernaar. In eerste instantie levert dat gegiechel op en de opmerking dat iedereen dat vraagt. Maar dan komt er een hele heldere uitleg: in 1983 klopte ene meneer Lach (niet zijn echte naam) aan bij de gerenommeerde folkclub Folk City in Greenwich Village (Manhattan) met de vraag of hij er mocht spelen. De booker van de club stuurde hem weg, zijn muziek was volgens deze man te punk. In die tijd moest je klinken als James Taylor om een gig te krijgen in een club als Folk City. Het antwoord van Lach was het openen van een eigen club een jaar later: The Fort in East Village. Zijn eerste wapenfeit was vervolgens het organiseren van een festival op hetzelfde moment als het New York Folk Festival, hetgeen hij doopte als The New York Antifolk Festival. Van de twee festivals wordt alleen deze laatste nog altijd gehouden. Een ander belangrijk wapenfeit van Lach was de Antihoot (afkorting van antihootenanny), een open-mike avond op de maandag en al jaren de grootste van New York. Een populaire avond, waar iedere week zon 90 artiesten en groepen ieder twee liedjes brengen (duurt tot in de vroege ochtend, waarna de overgeblevenen getrakteerd worden op thee). En daar begon het dus voor onze tweeling. Antifolk is volgens Sarah alles dat geen mainstream folk is en dus geen voorspelbare songs kent, en daar passen wij heel goed in, aldus Claire. Overigens is onder andere ook Michelle Shocked uit die antifolk-beweging naar voren gekomen.

 

De debuut-cd Far From Home.

Op mijn exemplaar van de cd staat het jaartal 2005, terwijl de cd pas begin 2007 officieel werd uitgebracht. Ik vraag naar het verhaal achter de cd. Sarah: de cd is opgenomen in 2005, het heeft ons door omstandigheden een jaar gekost om de cd op te nemen. Het begin was prima, opnames in de studio van een vriend in Baton Rouge, Louisiana op een low-budget wijze. Maar onze moeder werd ziek, kanker, en wij hebben haar een tijdje bijgestaan. Dit was in feite de oorzaak van de grote vertraging. De afronding moest dan maar in New York plaats vinden en dat bleek heel duur te zijn. Op een gegeven moment moest ik zelfs mijn gitaar verkopen om een aantal exemplaren te kunnen laten maken. Dus heb ik een flink aantal shows met een leengitaar moeten doen, hetgeen in New York gelukkig niet zon probleem is. Op 31 december 2005 hadden we 300 exemplaren van onze cd in handen en op 1 januari 2006 begonnen we aan een tournee door de States. Claire: gelukkig verkochten we alle 300 exemplaren al tijdens die tour en raakten we een tweede oplage van 1000 niet lang daarna ook kwijt. We zijn nu aan de volgende oplage van 1000 bezig. Tijdens het gesprek komen we erachter dat mijn exemplaar uit de eerste oplage van 300 stamt. Het artwork (Claire!) van de huidige oplage is anders.

 

De arrangementen en teksten.

THE BOWMANS: Far From HomeTwee zaken vielen mij tijdens het vele luisteren naar de cd op: de bijzonder fraaie arrangementen en sommige teksten. Ik vraag eerst naar het hoe van de arrangementen. Op de hoes van de cd staan drie namen vermeld: naast die van Sarah ook Eric Feigenbaum (tevens aanwezig op bas en genoemd als producer) en Paul Johnson (meerdere instrumenten en productie). In eerste instantie levert het stellen van de vraag weer gegiechel op. Dan komt het verhaal eruit: de arrangementen zijn in feite van Sarah met wat hulp van de andere twee. Vooral de inbreng van Paul Johnson op On The Road, Make It Last en Youre Right voor met name de gitaarpartijen waren nuttig. De oorspronkelijke arrangementen voor On The Road van Eric waren te pompeus naar de smaak van Sarah en werden voor het grootste deel niet gebruikt.

Wat betreft de teksten valt met name Little Stories op waar in feite sprake is van 10 regels die totaal niet rijmen. Weer is er gegiechel en nu als een soort vage verontschuldiging. Gewoon een leuk experiment blijkbaar (het arrangement van het liedje is buitengewoon fraai overigens). Diggin For Gold, over ervaringen uit de jeugd, werd door Sarah geschreven om uit een dip te raken, veroorzaakt door de vermoeidheid en de stress van het toeren. Sarah had na een intensieve tournee bij haar moeder wat oude boeken zitten bekijken en toen ze een paar dagen later thuis op een mooie zonnige dag met een deken en haar gitaar buiten zat kwam dit lied eruit. Porker Song, de afsluiter van de cd en de enige song van de hand van Claire, klinkt alsof hij gehaald is van een oude taperecorderopname, maar is gewoon nieuw opgenomen en zodanig behandeld dat het klinkt alsof het een oude opname is.

 

Toeren.

Het harde leven van het toeren werd al gememoreerd. In 2006 hebben de dames negen van de twaalf maanden getoerd, de laatste twee maanden van het jaar in Europa, waar ze in totaal 35 shows hebben gedaan in de UK en Holland. Nu zijn ze voor de tweede maal in Europa, straks, in september en oktober, is de USA weer aan de beurt. Ze zijn vooral blij met Holland en Parijs, met name omdat hun muziek daar zo goed ontvangen wordt. Holland is een prachtig land, het licht is er zo mooi (niet voor niets waren er hier zo veel goede schilders) en het is zo heerlijk vlak. Claire zou best in Parijs of in Holland willen wonen (momenteel woont ze in Bern in Zwitserland, Sarah woont nog altijd in New York, uiteraard is dit voor beiden maar een paar maanden in het jaar het geval). Financieel is het toeren geen vetpot. In feite spelen ze quitte, ze kunnen er net van rondkomen mede dankzij een prettig aantal gastheren en –vrouwen waar men op gezette tijden kan overnachten en eten.

 

Toekomstplannen.

In de eerste plaats zijn er vergevorderde plannen voor de tweede cd. Sarah heeft nog maar n liedje nodig Maar uiteraard is het geld wederom een belangrijke factor, de cd kan er in voldoende exemplaren komen als het geld ervoor is. Of de tweede cd weer op het Mother West label uitkomt, is nog onzeker. Mother West is n van die kleine labels dat geen geld besteedt aan het maken van de cds maar wel de artiesten helpt via hun netwerk. Bovendien is de persoon die het label runde naar Los Angeles verkast, dus onzekerheid troef. We wachten (on)rustig af. Het slotakkoord is een verzuchting: we zouden zo graag een manager, een booking agent en een publisher willen hebben.

De Holland tour of 2008: 4 april Meeden, 5 april Leiden (De X), 6 april Haarlem (De Waag), 6 april Amsterdam (KHL), 8 april Oentsjerk (Folk in de Wlden concertserie), 10 april Gemert (De bunker), 11 april Scheemda (Geoplus), 12 april Nieuweschans ( De oude remise) en 14 april Edam (De harmonie). (FS)

 

Voor de liefhebbers (en wie zou dat niet zijn): het volgende Folk in de Wlden Festival is op 7 juni aanstaande. Ik houd jullie op de hoogte.

 

 

LASER OP SCHERP

 

AASoundSystem / Laissez Faire / New Saskatchewan NSR CD00206 (www.aasoundsystem.com)
Bij dit Canadese trio draait alles rond gitarist/singer-songwriter Ayla Brook. Hij zette de groep indertijd op poten en kreeg later het gezelschap van Marek Tyler (drums, samples) en Lane Arndt (bas, toetsen, zang). Met het debuut Lily PlainYoure Hardly Poor (2004) oogstte de groep heel wat succes in het collegecircuit. Het vervolg, deze Laissez Faire, verscheen al in 2006 maar bereikt nu pas onze contreien. Onder het motto beter laat dan nooit kunnen we dit werkstukje alleszins ten zeerste aanraden bij de liefhebbers van electrorootsfolkpop. Onder de te vermelden referenties noteren we o.a. Jayhawks, Neil Young, Wilco, John Prine, Jimmy Buffet en Sparklehorse maar ook al eens Sean Tyla en Tom Robinson (in het stuwende Raw Joy). De meest elektronische kant van de groep komt tot uiting in de rustige titeltrack en de afsluiter, Date Palm, een nummer dat in crescendo opgebouwd is en uiteindelijk explodeert in de nebula naast die van Pink Floyd. Avontuurlijke Canadiana van het goede soort. (GTB)

 

Shane Alexander / The Sky Below / BuddhaLand (Lucky Dice)

Hoewel Shane Alexander met deze cd al aan zijn vierde worp toe is, had ik nooit eerder iets van de man gehoord, al kan ik me wel herinneren dat (GT) in een vorig leven redelijk enthousiast was over Shane en vooral dan over zijn stem. Dat kan ik, na meermaals luisteren naar deze nieuwe plaat, erg goed begrijpen. In tijden waarin Jack Johnson en Damien Rice volkomen terecht overigens hoge ogen gooien, zou het een schande zijn als hun Americana-neefje (want dat is Shane Alexander), niet aan de bak zou komen. De man heeft een hemels mooie, wendbare stem en schrijft daarenboven bijzonder fijne songs, die balanceren op de scheiding tussen pop en Americana. Daar kun je ons nogal makkelijk mee overtuigen, we bekennen. Mensen die iets te vertellen hebben en dat kunnen verpakken in een mooie, glasheldere, goed gezongen melodie, dat noemen wij hier doorgaans zangers. Shane Alexander is een Zanger en een hl grote. Als er gerechtigheid bestaat, dan kom je s mans muziek binnenkort tegen op de n of andere soundtrack van een TV-serie of film. Ik denk dat het een kwestie van tijd is, vooraleer Shane Alexander de supersterstatus krijgt die hij verdient. Veel informatie kreeg ik niet: enkel een schijfje zonder boekje of inlay, zodat ik het raden heb naar mogelijke gastmuzikanten of -vocalisten. Erg is dat niet echt: de plaat op zich is meer dan overtuigend genoeg: ze bevat namelijk veertig minuten en tien tracks schitterende, hedendaagse muziek, met pareltjes als Amsterdam, Homesick en Feels Like The End die mijlenver boven elke middelmaat uit steken. (DH)

 

!!! MAZZMUSIKAS HATS OFF: ALL HITS, NO MISSES !!!

Nels Andrews / Off Track Betting / Reveal 34 (Lucky Dice)

Het nieuwe album van Nels Andrews begint met piepende en schurende snaren, gemengd met een geluid dat doet denken aan een hond die tegen de maan huilt. Dan vallen de gitaren in, en de warme, licht hese, plezierige zangstem van Andrews. Als je alleen die gitaren en de zang zou horen zou je denken met een gewone, gemiddelde singer-songwriter van doen te hebben. Bij Andrews wordt het allemaal net even anders, juist door die effecten en arrangementen. Scherpe bekkens, vreemde belletjes en schril gefluit, en dan wordt een nummer als Butterfly Wing ineens een onheilspellend nummer, en krijgen teksten als Im as happy as a dog in the yard iets dubbelzinnigs. Hier zingt iemand niet zomaar mooie liedjes, maar wordt de luisteraar steeds op scherp gezet met broeierige en soms licht venijnige muziek. Bijzonder, en spannend. Andrews maakt bovendien stevige, soms tegen rock aanleunende rootsmuziek waar in n nummer strijkers gecombineerd worden met scheurende rockgitaren en een luchtig tokkelende banjo (Rented White Sedan). Hij heeft een perfecte band ingehuurd en bovendien zingen AJ Roach en Ana Ege mee. En, niet te vergeten: de liedjes van Andrews zijn zonder meer van topkwaliteit, hij kan zich wat dat betreft meten met de grote jongens als Lyle Lovett en Steve Earle. Kortom: een zeer, zeer mooi plaatje. (HM)

 

Blue Baron / Broken Radio / Spann (www.spannrecords.com)

Douglas Grossman uit California richtte het Spann Records label op als eerbetoon aan pianist en Muddy Waters sidekick Otis Spann. Vervolgens ging hij op zoek naar muzikanten in het blues- en rockgenre die bereid waren met hem in zee te gaan en hun cd's op zijn label uit te brengen. Douglas kwam bij Blue Baron terecht. Officieel heet hij Baron Phelps, geboren en opgegroeid in de South Side of Chicago en momenteel opererend vanuit San Fernando, California, alwaar hij in de omgeving menige bluesclub onveilig maakt. Of Otis Spann gelukkig is met de keuze van Douglas Grossman om Blue Baron cd's uit te brengen op zijn Spann Records label durf ik sterk te betwijfelen, maar we kunnen het hem niet vragen want hij is er al lang niet meer. Blue Baron is een powertrio dat voornamelijk grossiert in bluesrock en met Broken Radio aan zijn tweede cd toe is. In 2002 verscheen Out Of Blue. Op Broken Radio krijgen we hoofdzakelijk 70ies getinte bluesrock geserveerd met een flinke scheut straighte rock en wat funk. Zoals gebruikelijk bij deze jongens komen de namen Jimi Hendrix en Harley Davidson geregeld opduiken. Wat mij betreft hoor ik weinig nieuws maar dat is inherent aan het genre en zijn veel van de songs hier onderling inwisselbaar. Ik heb mijn best gedaan, ben pas na drie beluisteringen in slaap gevallen, en heb besloten dat de songs Woman So Fine (She Got Me), bluesy/funky van inslag, en I'm The Fool, een soulful getinte slowblues, geen onaardige songs zijn. Geef mij echter eerlijk gezegd toch maar The Red Baron. Eer ze die uit de lucht gekregen hebben... (BV)

 

The Brandos / Town To Town, Sun To Sun / Blue Rose BLU DP0439 (Sonic Rendezvous)

Dat Dave Kincaid n van de hardest workin men in rock is, mag voor de modale medemens geen verrassing meer zijn. Zowel op plaat als live geeft hij zich telkens weer voor de volle honderd procent en op die manier heeft hij in de voorbije paar decennia een schare bijzonder trouwe volgelingen achter zich weten te verzamelen. Het lijkt mij dat het nieuwe boxje vooral gemaakt is om die trouwe fans te plezieren. Twee live cds, beide opgenomen in Duitsland in oktober 2007 en daaraan gekoppeld een live dvd van beide concerten, alles samen goed voor bijna vier uur kijken en luisteren. Bij een Brandos-concert gebeurt er eigenlijk niet zo heel veel op het podium: Kincaid en zijn maats (ouwe getrouwe Ernie Mendillo op bas, Ziga Stanonic op gitaar  en Patrick Fitzsimmons op drums) zijn werkmensen, die heel ernstig met hun job bezig zijn. Verwacht dus geen vliegende varkens, dansende deernes of wervelende lichtshows, nee: dit is rechttoe rechtaan rock-n-roll uit de oude doos. Dat is de kracht van The Brandos en tegelijk ook het heikele punt. Als je, zoals ik, weliswaar een grote dosis sympathie koestert voor de band, zonder dat je jezelf een fan kunt noemen, dan is de dosis die je hier aangereikt krijgt toch wel een beetje moeilijk te verteren. Daarvoor lijdt de muziek van The Brandos een beetje aan het teveel van hetzelfde-syndroom: solide drums, degelijke bas en daar doorheen de scheurende  gitaarsound, waar Kincaid zijn vocalen bovenop legt. Allemaal geweldig sympathiek, maar zeker niet van het allerhoogste niveau. De prijsbeesten zijn al jaren dezelfde: Anna Lee, Shes The One, Pass The Hat, Gettysburg Leuk om nog maar eens in huis te halen, maar dan wel alleen voor de grote fans. (DH)

 

Brussels Jazz Orchestra / The Music Of Michel Herr / W.E.R.F. (AMG)
Een bigband werkt volgens welbepaalde structuren. Het is de kunst natuurlijk om binnen dat vast omlijnde kader origineel uit de hoek te komen en je publiek telkens te verrassen. Het BJO is daar ondertussen groot mee geworden en dat door een even simpele als ingenieuze methode: nodig een inventieve componist/arrangeur/bandleider uit of ga de confrontatie aan met een spelbepaler uit een totaal ander domein. In deze laatste categorie blijft de cd Dangerous Liaisons met Royal Flemish Philharmonic een hoogtepunt. In de andere categorie werd nu ook Michel Herr toegevoegd, een oude bekende voor het gezelschap. Deze samenwerking levert ons een uitstekende cd zij het echter zonder echte verrassingen. De kwaliteit van het aangeboden werk staat buiten kijf en het is alvast een meer dan interessante luisterervaring om de hier gebrachte versie van Celebration Suite eens te vergelijken met die op The September Sessions of BJOs bewerking van Pentaprism tegenover die van de ACT Big Band te plaatsen. Alles werd opgenomen in slechts twee en een halve dag met vooral opmerkelijke solopassages van Kurt Van Herck (Extremes, Multributes). Met andere woorden, professionaliteit en kwaliteit zijn weer alom tegenwoordig. En natuurlijk is het een meer dan verdiende ode aan Michel Herr als componist voor bigband. Belangrijk is dat het BJO vooral ook live heel sterk is. Hopelijk tot in de zomer op een of ander festival met dit programma. (GTB)

 

Byrdjones / Radio Soul / Eigen Beheer (www.dianajonesmusic.com)

Byrdjones is het samenwerkingsverband tussen singer-songwriters, folk/countryzangers Diana Jones en Jonathan Byrd. Op haar laatste doortocht in de AB Brussel kreeg ik een exemplaar te pakken van hun Radio Soul project. Volgens Diana gaat het hier om een tussendoortje. Een tussendoortje? Daar heb ik toch mijn bedenkingen bij. Het mag dan nog op een blauwe maandag ergens in Nashville op 7 uur tijd opgenomen zijn, de muzikale klasse druipt er van af. Met My Remembrance Of You, haar eerste cd, had Diana Jones ons al met verstomming geslagen. En haar optredens in de AB met Richard Thompson en Catherine Feeny konden ons ook uitermate bekoren. Deze Byrdjones cd is niet zomaar een tussendoortje. We krijgen elf knappe country/folksongduetten cadeau. Prachtige vocal harmony zang die aan Gram Parsons en Emmylou Harris of The Carter Family doet denken. Daarvan vinden we de A.P. Carter classic Blue Eyes op deze cd terug. De overige tien songs zijn van eigen makelij en daar zit heel wat fraais tussen zoals het folky Poorboy, Maryville, de old-time countryblues Thart Better Day, het fraaie Velma en mijn favoriete song Orphan's Home, dat naast het beste van Mary Gauthier, Iris Dement of Gillian Welch kan staan. Een tussendoortje? Vergeet het maar. Wie Diana Jones samen met Mary Gauthier (niet te missen volgens BV) aan het werk wil zien, rept zich komende maand naar volgende locaties: 17 april Handelsbeurs Gent; 18 april Mezz Breda; 19 april Blue Highways festival Utrecht; 20 april Oosterpoort Groningen. (BV) PS. De officile tweede Diana Jones cd verschijnt ergens in het najaar.  

 

Bob Cheevers / Fionas World / Eigen Beheer (www.bobcheevers.com)

Ik weet niet zo goed wat ik moet beginnen met deze nieuwe van Bob Cheevers. Ik hou van s mans muziek, van zijn songschrijverkwaliteiten en van de manier waarop hij de dingen weet te verwoorden. Niet voor niets won Cheevers de songschrijverwedstrijd van Kerrville en werd hij door Johnny Cash persoonlijk gevraagd om op diens laatste tournee het voorprogramma te verzorgen. Dat zijn dingen waar je mee kunt uitpakken en die best indruk maken op je curriculum. De dertien nummers tellende cyclus onder de titel Fionas World  lijkt het middel te zijn, dat Cheevers gebruikt om een liefdesverhaal af te sluiten of althans het een plaats te geven. Tien echte songs en drie zogeheten interludiums moeten ons een inzicht geven in de persoonlijkheid van Fiona, de wereld waarin zij leeft en in de moeite die de auteur doet en gedaan heeft om zich een plaatsje te verwerven in die wereld. Tot daar de uitgangspunten en tot daar ook het objectief goede nieuws, want de wereld van Fiona is bevolkt met vreemde mensenwezens, die geschaafd en gescheurd zijn door het leven. Dit is dus een plaat waar je allerminst vrolijk van wordt en die je zeker niet zult opzetten als het eventjes wat minder goed gaat. Dat doet natuurlijk niets af van Bobs vakmanschap: hij zit al vijftig jaar in het op n na oudste beroep ter wereld en hij kent de stiel dus door en door. Men zegt wel eens dat deze of gene zanger zelfs de telefoongids boeiend kan doen klinken en dat is een boutade die zeker opgaat voor Bob Cheevers. Hij behoort tot de absolute top van het songschrijvergild, maar de personages waar hij het over heeft, worden met de plaat meer zwartgallig en onbereikbaar. Op deze nieuwe is t niet anders en ik moet u dus waarschuwen: dit is een prachtige plaat, maar wie ze wil beluisteren, doet dat op eigen risico, want ze kan geen mens onberoerd laten. (DH)

 

Justin Townes Earle / The Good Life / Bloodshot BS 151 (Bertus)

Een cd van de zoon van creert natuurlijk  een verwachtingspatroon dat niet zo realistisch is. Trouwens, wat vermag iemand van 25 jaar al te presteren wanneer je het gebrek aan ervaring in ogenschouw neemt. Ongeremde bruisende jonge energie is dan weer het grote voordeel De cd begint met een paar leuke, vlotte stukjes: Hard Livin, onvervaarde swing die je terugvoert naar de jaren 40, 50 Dit blijkt echter geen staalkaart te zijn voor het verdere verloop van de cd. Nummer twee, The Good Life, zet de plaat pas echt op het juiste laidback swingspoor. En vanaf nummer drie Who Am I To Say bewijst hij zich eveneens als een vaardige songsmid met een aangename warme stem. De zoon van Steve Earle laat inderdaad merken dat hij met de juiste muziek is opgegroeid. Desondanks maakt hij toch een heel ander soort singer-songwriterstuff dan zijn bekende vader. Soms hoor ik flarden Charlie Robison (vooral op Turn Out My Lights en Lonesome and You ), Todd Snider en Shake Russell met leuke niet te moeilijke melodien die door het aangename stemgeluid van Justin Townes steeds naar een hoger niveau gezongen worden. In de buurt van Townes Van Zandt zelf komt hij van moment tot moment. Zo zou het slotnummer (er staan er helaas maar tien op de cd) Far Away In Another Town niet misstaan op een plaat van zijn vader. Alhoewel zowel zijn voor- als achternaam  de beste singer-songwriterenergie zou mogen doorgeven, heeft deze jongen nog wat tijd nodig. Ik twijfel er echter geen moment aan dat hij grootse dingen gaat doen op muzikaal gebied. De plaats van opname (House of David Studios, bekend van o.a. Neil Young) en de mensen die de cd produceten (Billy Joe Shaver, Sonny Landreth) dragen hier in elk geval bij tot een erg goede folk-en rootsplaat. Nice. Very nice! (LL)

 

Farmers Market / Surfin USSR / Ipecac Recordings (Bang!)
Het antwoord van deze Noorse groep (opgericht in 1991 volgens de officile bio) op Zappas existentile vraag Does Humour Belong In Music? lijkt overduidelijk. Voeg daar aan toe dat op de hoes vermeld staat dat alle composities van Lenin/McCarthy zijn behalve deze met een * ernaast en er geen andere zijn, dan weet je hoe laat het is. Titels als Traktor Tracks Across The Tundra, The Dismantling Of The Soviet Onion Made Us Cry en Meanwhile Back At The Agricultural Workers Collective maken het plaatje compleet. Muzikaal vertaalt dit alles zich in een absurde mix waar we aanknopingspunten vinden met de werelden van Alan Vega, Jaune Toujours, Martin Denny, Aka Moon, Ialma, Le Mystre Des Voix Bulgares, String Cheese Incident en Thase kitschpop. Kortom, wereldmuziek met een hoekje af maar naar het schijnt live een heuse belevenis. (GTB)

 

Tom Feldmann & The Get-Rites / Side Show Revival / Magnolia Recording Company MRC 003 (www.magnoliarecording.com)

Tom Feldmann & The Get-Rites zijn een driekoppige formatie, afkomstig uit Minneapolis, Minnesota. De maatjes van Tom, die de zang en resonator/dobro/slide voor zijn rekening neemt, zijn respectievelijk Jed Staack op drums en Paul Liebenow op staande bas. Wat ze ons voorschotelen is een portie onvervalste gospelblues die klinkt alsof het hier oude 78 toeren opnames betrof uit de jaren 30-40. We bevinden ons echter wel degelijk in het jaar 2008. Hun roots liggen dus duidelijk ergens in het begin van de vorige eeuw en ze hebben ongetwijfeld naar een pak countryblues mannen en reverends uit die tijd geluisterd. Het is al The Lord en Jesus wat de klok slaat. De songtitels liegen er niet om: Converted, Jesus, Magdalene, Save Us All, Redeemed, Old Time Religion... I'd rather have Jesus than silver and gold, Come and give your life to Jesus... Dit alles verpakt in American folk, old-time music, countrygospel, countryblues, gospelblues en akoestische blues. You get the picture. Alle songs zijn van eigen makelij op een bewerking van Wonder What They're Doing In Heaven Today na. Tom Feldmann is een meer dan degelijke zanger en een voortreffelijke slidegitarist en fingerpicker. In het najaar zouden deze heren naar Europa komen. Niet te missen zou ik zo zeggen.  I'm already converted to the music of Tom Feldmann & The Get-Rites. Nu u nog. Praise the lord. Hallelujah! (BV)

 

Peter Gallway / One Summer Day (A Long Time Ago In 1976) / Crooked Cove CC75707

Peter Gallway / Rhythm & Blues / Crooked Cove CC75700 (www.petergallway.com)

Peter Gallway was in zijn beginjaren lid van The Strangers, maar niet die van Aantwaarpe, wel van New York, zijn thuisstad. In 1969 al kwam zijn eerste LP daar aangerold, Fifth Avenue Band, ook de naam van de formatie die af en toe in zijn loopbaan weer opdook. De man was blijkbaar constant bezig als singer-songwriter, als producer en studio-eigenaar (Gallway Bay Music Production), dan wel vanuit Maine, en dat onverminderd tot op de dag van heden. Hebt u nog nooit van de man gehoord, dan is dat geen wonder: hij werd vooral op handen gedragen door andere muzikanten, al scoorde hij blijkbaar erg goed in Japan. Als producer nam hij meer dan vijftig platen en projecten voor zijn rekening. De bekendste zijn dan wel Laura Nyros Angel In The Dark, de tribute Time And Love: The Music Of Laura Nyro, met o.a. Rosanne Cash, Jane Siberry en Patty Larkin en Bleecker Street: Greenwich Village In The 60s, met Chrissie Hynde, Marshall Crenshaw and Suzanne Vega. In 2007 bracht hij twee cds uit. Maar er zit wel dertig jaar tussen de opnames! Rhythm & Blues vertelt in tien songs waar Peter Gallway anno nu staat: het werd een fraaie collectie spaarzaam ingekleurde, intiem zoemende liedjes, die qua sound en structuur sterk doen denken aan John Martyn. We Were Meant To Be Lost is een beauty, ook Jamaica Knows, het erg Martynsiaanse Shes Just Moving On en de perfecte afsluiter Ghost Who Dreams mogen de hoogtepunten heten van deze bonsaiplaat. One Summer Day is dan weer een speciaal geval. In de seventies trad Peter vaak op met een andere fluwelen en veelgecoverde singer-songwriter van stand, Larry John McNally (bezige bij; denk aan prima platen als Vibrolux en Dandelion Soul). In juni 1976 nam McNally met een bandopnemer bij hem thuis in Portland, Maine, negen songs op van Peter Gallway. Die tapes lagen te verkommeren in de kelder van Larrys broer, tot hij ze daar herontdekte in 2003. De gedigitaliseerde songs bewijzen dat s mans zang- en gitaarstijl en wijze van componeren op dertig jaar tijd nauwelijks veranderd is. Wie houdt van One Summer Day, moet dit fijn reliek uit een grijs verleden zeker ook eens proberen! (AL)

 

The Garifuna Womens Project / Umalali / Cumbancha (Munich)

Het was bij zijn passage in het Antwerpse Zuiderpershuis, vlak voor zijn dood, dat de betreurde Andy Palacio ons wees op het project waar hij en zijn backingzangeressen mee bezig waren en waarvan de neerslag vandaag voor ons ligt. Een verzameling van een dozijn songs, ingezongen door zangeressen van alle leeftijden en allerlei herkomst en begeleid door de Garifuna Collective. Wat je krijgt, is een erg fijne cocktail van allerhande stijlen, waarin telkens weer een flinke dosis soul en joie-de-vivre de hoofdmoot vormen. De dames kunnen stuk voor stuk een aardig stukje zingen en hoewel ik geen jota begrijp van wat ze precies vertellen, voel ik me wel degelijk aangesproken door de manier waarop ze hun ding doen. Dit is het soort muziek, waarvoor de term aanstekelijk is uitgevonden: je krijgt zin om te dansen, om plezier te maken, om de grijsheid van de Lage Landen achter te laten. In een sobere maar efficinte productie van Ivan Duran, zorgt dit plaatje voor een veertig rijk gevarieerde muzikale muziekminuten. Je herkent soul, rumba, zouk en nog wat Afrikaanse stijlen en je voelt je vooral erg blij, bij het beluisteren van deze plaat. Als van de heren radiomakers nu ook eens iemand zijn promo-exemplaar echt zou beluisteren, dan werden Mrua en Barubana Yagien geheid wereldhits. Gevonden vreten voor mensen die al eens over de grenzen heen durven te kijken! (DH)

 

!!! MAZZMUSIKAS HATS OFF: ALL HITS, NO MISSES !!!

Benjamin Herman / Campert/ Doxrecords Dox 040 (www.benjaminherman.nl)

Benjamin Herman is de onbetwiste opvolger van Piet Noordijk, hoewel die nog steeds actief is. Herman is een altist van wereldklasse. Behalve met zijn uiterst succesvolle New Cool Collective en de NCC Big Band maakte Herman albums met uiteenlopende artiesten als Stan Tracey, Mischa Mengelberg en Han Bennink. Zijn spel is onmiddellijk te herkennen aan zijn felle bite en  brutale stijl, vergelijkbaar met dat van Cannonball Adderley en vooral op deze cd met Gary Bartz. Hier laat hij zich meer van zijn lyrische kant horen, hetgeen te maken heeft met de inspiratiebron van deze muziek: Remco Campert, n van de vijftigers, net zoals zijn vriend, de onlangs overleden Hugo Claus. Het begon met het verzoek om een soundtrack te schrijven voor de documentaire Campert, De Tijd Duurt n Mens Lang. De drie stukken hiervoor staan ook op deze cd, maar het idee beviel zo goed dat er tien extra stukken werden opgenomen. Het resultaat is fenomenaal, Herman en ook pianist Gideon van Gelder zijn enorm op dreef, maar de hele groep klinkt als een eenheid (verder nog Sean Fasicani en Kasper Kalf op bas en Joost Kroon op drums). Prachtige arrangementen en fraaie composities, kortom een cd die in geen jazzcollectie mag ontbreken. Campert zelf is ook nog te horen op de typemachine (!) en met een vocale bijdrage. En van de beste jazz cds van 2007, niet op mijn lijstje omdat ik hem pas dit jaar hoorde. (JvL)

 

Kawada / Shaving Your Beard On A Nice White Cloud / Keremos (LCMusic)
Met dergelijke cd-titel en nummers die titels meekregen als Creating A Bigger Boat, Cruel Tree, Corrugated Board en Frozen Farms lijkt het wel of we in het psychedelisch wereldje van de sixties verdwaald zijn. Dit is echter Belgisch anno 2008. Het Brusselse Kawada heeft ondertussen al naam gevestigd via fel geapprecieerde demos die hen vooral het peterschap van de AB opleverde (lees: uitbrengen van de eerste EP) en de appreciatie van Mijnheer Raymond. Muzikaal ligt Shaving ontegensprekelijk in het verlengde van wat de fel ondergewaardeerde The Same ooit deed (vooral het epische karakter) en de experimentele spielereien van dEUS en Zita Swoon. Dit is dus zeker geen cd om even tussendoor te beluisteren. Het vergt van de luisteraar de nodige aandacht en interesse. Wie niet terugdeinst voor songs boordevol uiteenlopende invalshoeken en complexe tempowisselingen getekend door een donkere speelsheid heeft hier een hele kluif aan. Op 27 april live in de AB en ook tijdens de 1 mei-feesten op een podium in Brussel. (GTB)

 

La Jambre / Las Lunas De Astart / Bujio Producciones (www.lajambre.com)

Uit de regio Andaluca, het zuidelijkste Spanje dus, krijgen we dit fraai uitgegeven werkstukje toegestuurd. La Jambre is een achttal rond multi-instrumentalist Jos Cabral en het specialiseert zich in het heropvissen van oude, traditionele muziekjes, gaande van echte dansmuziek, tot processieliederen, die middels rijke ritmes en veelgelaagde instrumentatie nieuw leven ingeblazen worden. De themas die bezongen worden zijn verwacht en gekend: de natuur, de liefde, het leven. De melodien klinken volks, maar worden opgeleukt met jazzy of bijna klassieke strijkersarrangementen, scheuten flamenco, fijne percussiepassages en solos van instrumenten waar je de naam niet eens van kan spellen. Dat er, gelet op de ligging van Andaluca, ook al eens een dosis Noord-Afrikaanse invloed te horen is, mag ook al geen verbazing wekken. Enfin, dit is een heel leuke folkplaat, waar je wellicht in je plaatselijke dancing niet meteen zult mee scoren, maar die je in huiselijke kring menig plezant moment kan bezorgen: loepzuiver gespeeld (de acht bespelen samen meer dan dertig instrumenten!), knap geproduceerd en schitterend gepresenteerd. Veel meer kun je redelijkerwijze niet verwachten. (DH)

 

Mars Arizona / Hello Cruel World / Big Barn (Sonic Rendezvous)

Mars Arizona is eigenlijk het singer-songwriterduo Paul Michael Knowles en Nicole Storto uit California. Op deze, hun derde cd, is het grotendeels de groep studiomuzikanten die voor de kleur zorgt. Opgemerkte interventies zijn er van pedal steelgitarist Al Perkins en de grote David Dawg Grisman op mandoline (en diens zoon Sam op bas). De eigen songs geven een ironische kijk op wat er allemaal misloopt in zowel de persoonlijke als de maatschappelijke omgeving. Genspireerde covers van Neil Youngs Time Fades Away, T-Rex' By The Light Of A Magical Moon, de folk klassieker In The Pines of het van Loretta Lynn bekende Blue Kentucky Girl bewijzen dat het duo van heel wat markten thuis is. Knowles en Storto zijn niet de geweldigste zangers, maar hun zoetzure harmonien werken wel voor dit materiaal en de ganse plaat ademt een coherente en eigenzinnige sfeer. Een meesterwerk is dit allerminst, maar in het Americana genre dat tegenwoordig meer amateuristische flauwekul dan interessante muziek voortbrengt, mag deze Hello Cruel World gerust een pluim krijgen als n van de beteren. (RD)

 

Mpemba Effect / Presents Ambient Afrique / Afrosoniq ACM-CD0041 (Xang Music Distribution)

Heel af en toe wordt het leven je als recensent redelijk gemakkelijk gemaakt en vandaag is zon moment: de titel van deze plaat zegt alles wat je ervan mag, kan en moet verwachten. Dit is een verzameling (Zuid-)Afrikaanse songs, bijeengeschreven door het duo Garrick van der Tuin en Gavan Eckhardt, die door het leven gaan als Mpemba Effect. Met de hulp van een zestal fijne collegas uit de jazz, presenteren zij ruim zeventig minuten muziek, waar zij zelf de ondertitel The Art of Chilling aan meegeven. Dat is het dus helemaal: muziek voor chillers, thuis en daarbuiten. Muziek als behang, die nergens stoort maar ook zelden opvalt. Ik heb het daar soms een beetje moeilijk mee en het is ook niet meteen te omschrijven wat mij precies stoort (als dat het geval is). Dit is gewoon muziek voor bij de open haard of in een rustig caf: de beats zitten goed, de melodietjes zijn ok, maar verder is dit, jammer genoeg, een beetje het ene oor in, het andere weer uit. Op zich is er absoluut niks mis met deze plaat, maar het soortelijk gewicht ligt toch wel aan de erg lage kant. Ik wil muziek die me bij de nek grijpt en dat is wat anders dan muziek die stiltes opvult. Anderzijds kan ik me voorstellen dat een nachtelijke autorit best wel aangenamer wordt met deze muziek erbij. (DH)

 

Naughty Jack / Good Times / Wang Dang Doodle WDD01 (www.naughtyjack.co.uk)

Naughty Jack, een Engelse muzikant die in het gewone leven Adam Morley heet, debuteerde onlangs met Good Times. Na vele muzikale omzwervingen sloot hij zich in 2007 een paar dagen in het Peak District op. Het huis sneeuwde in en een fles Laphroaig zou voor de nodige inspiratie moeten zorgen. Het eindresultaat: 10 sober genstrumenteerde liedjes, die later in een studio nog een beetje bijgekleurd werden door een bassist. Vanaf het begin is duidelijk dat Naughty Jack een fantastische dobrospeler is. Zijn spel is kleurrijk, inventief en nogal bluesy. Enige gelijkenis met Bob Brozman roept hij op. Zijn liedjes zijn kleine simpele miniatuurtjes met vrij directe teksten over het alledaagse leven. Meest opvallende songs zijn de titeltrack en het melancholische Work. Helaas staat Naughty Jacks zang in schril contrast met zijn sprankelende spel op de dobro. Dat is heel erg jammer, want zijn beperkte monotone stem gaat mij op den duur tegenstaan. (PJ)

 

Old Reliable / The Burning Truth / Saved By Radio SBR 1413 (www.cdbaby.com)

Old Reliable zijn Canadese rootsrockers uit Edmonton, Alberta, die al een decennium aan de weg timmeren. Deze plaat, hun vierde, dateert reeds uit 2005 en combineert fuzzy gitaren, Hammond, keyboards etc... met de beperkte zangstemmen van songschrijvers Mark Davis en Shuyler Jansen. Ik hoor wat Green On Red, wat Crazy Horse, wat Ramones, wat country... maar eigenlijk hoor ik vooral matige, ja zeurderige alternatieve rock en tweederangs songs. De cd werd ingeblikt in Calgary, zeer ver weg van de bewoonde wereld welhaast, en wie weet wordt ginds deze combinatie van van alles wat wel beter gesmaakt. Hier bij ons noemen we dit echter vis noch vlees en we zaten er dus niet echt op te wachten. (RD)

 

!!! MAZZMUSIKAS HATS OFF: ALL HITS, NO MISSES !!!

Olla Vogala / Marcel / Homerecords.be 4446043 (AMG)

Ik heb het altijd al geweten: er is iets tussen Olla Vogala en de vissen. Niet dat ik ooit veel moeite gedaan heb om te achterhalen wt het precies is, maar het valt wel op. Bijvoorbeeld op het prachtige artwork waarin de n-de Olla Vogala plaat gestoken is, maar ook in het inleidende stukje dat je in het bijhorende boekje vindt. Enfin bref, we zouden het hebben over de muziek op deze nieuwe plaat. Daarover zijn we snel uitgepraat: onze kast met superlatieven is namelijk niet zo rijk gestoffeerd als we zelf wel zouden willen. U begrijpt wat we bedoelen? Ok, dan nu ter zake: Soetkin Baptist (wat lijkt ze toch goed op Goedele Liekens als ze een beetje afwezig kijkt) heeft ondertussen school gemaakt als TV-ster bij Ishtar, maar wat belangrijker is: hier demonstreert ze voluit haar onbeperkte vocale mogelijkheden. In Al die Woorden Heb Ik Gestolen bijvoorbeeld, is ze bijzonder acrobatisch bezig, zonder vangnet, maar ook zonder ongevallen. Naast het feit dat Soetkin uitgebreid op de voorgrond treedt, verwelkomen wij de terugkeer van onze meest favoriete zanger, Ludo Vandeau (zij het op slechts n nummer), en  het feit dat Olla Vogala nog meer veelzijdig uit de hoek komt dan vroeger ooit het geval was. Nu eens denk je aan de Koyanisqatsi-soundtrack van Philip Glass, dan weer loert Simon Jeffes Penguin Caf Orchestra om de hoek. Nu eens hoor je onvervalste tango, dan weer het mijmerende minimalistische dat je ook bij Einaudi vindt. Dit is kortom een plaat die evenveel jazz en wereldmuziek in zich heeft als folk. Het maakt van Olla Vogala de supergroep die het al jaren is, maar Marcel is wel met voorsprong het beste wat we hen ooit hoorden spelen, en dat wil nogal wat zeggen. Onmisbaar. Punt! (DH)

 

Tom Poisson / Tom 3-Riche Millions / Nave (PIAS)
Tussen de massa artiesten die in Franstalige delen van de wereld succes oogsten maar bij ons totaal onbekend blijven, zit er deze rare jongeman die een duidelijk gevoel heeft voor surrealistische humor. Tom 3-Riche Millions is het vervolg op Tom Poisson Fait Des Chansons en Tom Poisson Fait Des ChansonsTom 2. Hij heeft dus duidelijk iets met vissen. Bovenal heeft hij iets met taal want zijn woordspelingen klinken bedrieglijk eenvoudig maar verbergen wel een heel andere wereld dan je bij de eerste luisterbeurt zou denken. Achter de humor zit melancholie verborgen of ook omgekeerd. Muzikale inkleuringen gebeuren door middel van een halve muziekwinkel (bandoneon, glockenspiel, violen, piano, trombone, orgel). Onwillekeurig moeten we denken aan de fantasievolle werelden van Pascal Comelade maar ook aan Alain Souchon, Pierre Perret, Nino Rota en Le Chat van Philippe Geluck. A dcouvrir. (GTB)

 

Don Michael Sampson / Off The Rails / Eigen Beheer (www.donmichaelsampson.com)

Er was een tijd dat deze schitterende songsmid aan het Newman syndroom leed, want 4 platen uitbrengen op 17 jaar tijd, deed de vergelijkingen met Randy alle eer aan. Eind jaren negentig veranderde Don Michael het geweer van schouder en, alsof hij een oliebron had aangeboord, volgde de ene cd de andere op (zelfs soms met twee tegelijk). De enige vraag die we ons sindsdien hoefden te stellen was of Sampson een beroep zou doen op een trouwe schare vrienden/muzikanten (zoals op zijn laatste twee albums Sunset Ride en Shadow Horses) of hij zou kiezen voor een meer sobere aanpak en alles zelf in elkaar ging knutselen. Gezien de inhoud van de meeste van de songs op deze nieuwe cd, viel de keuze op de doe het zelf techniek, waarbij de artiest alle instrumenten zelf inspeelt, alle stemmen voor zijn rekening neemt en zelf zorgt dat de productie af is. Sampson hekelt, zoals voorheen, zijn Amerika in al zijn facetten, waarbij vader en zoon Bush, in de zachtjes rockende opener Rocking The Nation, niet worden gespaard. Ook de titeltrack Off The Rails vertelt het schrijnende verhaal van een oud vrouwtje dat, met het weinige geld dat ze nog over heeft, naar de supermarkt gaat en daar, wegens geldgebrek, moeilijke keuzes moet maken dit terwijl de Amerikaanse politici grote sier kunnen maken. Hoop doet echter leven zegt het spreekwoord, en dat verhaal wordt verteld in de akoestische ballad Fields Of Faith, die het land en zijn bevolking bezweert de hoop niet op te geven en te geloven in de toekomst. Alle rootsy stijlen, van akoestische folk, blues, americana, bluegrass, banjo fingerpicking komen aan bod, met een lichte voorkeur voor de prachtige ballads waarin vooral de liefde, het religieuze en de bewondering voor de schepping en de natuur aan bod komen. Zondermeer schitterend vond ik Beneath The Wheel, een folkblues met een zeer hoog J.J. Cale gehalte, waarop Sampson zijn dobro en slidetechnieken demonstreert. Off The Rails is het zoveelste album op rij, van een uitstekende songwriter en muzikant, die de actualiteit in zijn land op de voet volgt en hekelt, maar toch de nodige positieve energie weet te putten uit de liefde, het werk van de man van hierboven en de natuur. Give them Hope Don Michael en doe zo voort! (BD)

 

Too Slim & The Taildraggers / Tales Of Sin & Redemption / VU VCD-0001-2 (www.tooslim.org)

Too Slim & The Taildraggers / The Fortune Teller / Underworld UND0013 (Sonic Rendezvous)

Een nieuwe van Tim Too Slim Langford van die mens hadden we al zeer lang niets meer gehoord, dacht ik. Juist, maar het is toch maar een halve waarheid; Tim voegde in zn pakje ook meteen zn vorige cd bij en die dateert van 2003. Hoe we die aan onze neus voorbij hebben laten gaan is me een raadsel. Tim Too Slim is niet bepaald een sant in eigen land, want zijn populariteit ligt heel wat hoger in Europa dan in de Verenigde Staten. Dat komt misschien doordat wij Europeanen over het algemeen meer openstaan voor het eclecticisme in zn muziek. Tim en zn Taildraggers weten dan ook perfect hoe je blues kan vermengen met straight rock, countryrock, funk n zelfs jazz. De afsluitende instrumental Too Cool op Tales Of Sin is van dat laatste een erg goed voorbeeld. De hele cd bulkt trouwens van variatie, gaande van gedreven shuffles, via boogie en bluesrock, tot aan eigenzinnige grooves. Of het invloeden zijn, weet ik niet, maar ik detecteer een ietsje SRV in Wish I Was Fishin en een streepje CCR in Mississippi Moon. Bovendien weet Tim steeds te boeien met zn snedige gitaarwerk dat nooit over de top gaat en zn slide spel is gewoonweg tops. De nieuwe cd, Fortune Teller, gaat verder op het aloude pad maar neemt toch een paar onverwachte zwenkingen. De meest verrassende song is wellicht Mexico waarop hij zn gitaar in duet doet gaan met steel drums. Rare combinatie, maar het werkt perfect. Ook de akoestische afsluiter Lonesome Alone herbergt een accordeonnetje, iets dat we niet bepaald gewoon zijn van Tim. Andere aanraders op deze cd zijn de titelsong met een spetterende solo; Cowboy Boot met, wat dacht u, een sterke countryrock solo; Motherlode met alweer een beetje CCR in verweven; het stompend rockende slide vehikel She Gives Me Money, en het erg groovy Givers And Takers. Too Slim zit dus duidelijk terug op het goeie spoor en hopelijk kan hij dat combineren met iets heel anders. Tim was namelijk zo vriendelijk een pot Essies Sauce op te sturen want, jawel, sinds kort is hij eigenaar van dit merk. Een marinade, geschikt voor allerhande vleessoorten, gevogelte en vis. De onderliggende smaak kan vergeleken worden met die van Worcestershire sauce, maar daar bovenop ligt er een zeer uitgesproken parfum die de smaak van het vlees een zeer apart tintje geeft. Wij hebben het geprobeerd met kip en zeeduivel en in beide gevallen was het bingo met een lekker geglaceerd velletje. Volgende slachtoffers in onze proefreeks zijn parelhoen en tonijn, en het water loopt nu al in onze mond. Twee vliegen in n klap dus, en we zien al uit naar de eerste barbecue van dit jaar, mt Tim Langfords Essies Sauce en Too Slims Taildraggers! (MN)

 

Chucho Valdes / Tumi Sessions / Tumi 157 (Xang Music Distribution)

Dit is een sobere compilatie van tracks uit cd's (voor de info dienen de eigenlijke cd's te worden geraadpleegd) die deze veel gelauwerde Cubaanse pianist (stichter van de legendarische groep Irakere) maakte voor het Engelse Tumi label tussen 1996 en 2007. De meeste van deze opnamen gebeurden in Havana, het Tumi label staat er trouwens om bekend dat ze de muzikanten in Latijns Amerika zelf gaan opnemen. Rekening houdend met zijn reputatie als Cubaanse Ellington vallen deze Chucho Valdes opnamen echter toch ietwat licht uit. Dit is zeer zeker fijne, ja zelfs gesofisticeerde Latin jazz, afwisselend instrumentaal en met gastzang, maar opvallende nieuwe composities (geen enkele is van Valdes zelf) of virtuoze muzikale prestaties moet u hier niet gaan zoeken. Smaakvolle, elegante muziekjes zijn dit, soms dansbaar en soms mooie luistermelodien, uiterst geschikt voor een zomers cocktailtuinfeestje, maar echt beklijvend is de muziek nergens. Wij zijn echter de laatste om dit plaatje af te keuren en voor Chet Baker-achtige Lucia Huergo -instrumentals als Pasadas Las 12 (met Jose Carlos Acosta), Blues 1080 (met Carlos Emilo Morales) of Balada Para Trompeta #1 (met Julio Padron) hebben wij zeker mr dan goedkeurend geknik over. (RD)

 

Various / The Rough Guide To African Street Party / World Music Network RGNET 1201 CD (Central Distribution)

Dit is nu eens zon cdtje waarvan de titel de lading maar gedeeltelijk dekt. Het uitgangspunt is dat er overal in Afrika wel muziek uit de luidsprekers schalt en er spontaan een party van komt. Dat zal best zijn maar dat geldt met deze cd voor zowat elke straat in t is eender waar ter wereld. Overal waar deze elf songs worden losgelaten op de straatstenen zal er allicht wel een hoopje benen gestrekt worden. De compilatie ademt een aanstekelijkheid uit waar de stijfste hark zelfs voor moet zwichten. Artiesten en groepen die letterlijk uit Afrika stammen of er min of meer rechtstreeks aan gelinkt zijn, zorgen voor een mix van Afro(Latin) stijlen waaraan klein of groot gewoonweg niet kan weerstaan. Dat gaat van gekende namen zoals Vieux Farka Tour (prima Nikodemus remix), ColombiAfrica en Ricardo Lemvo, tot aan minder gekende namen zoals Massukos (Mozambique),